Centro-sinistra "Organico" (Nederlands: Organisch Centrumlinks), is de naam die gegeven wordt aan de centrumlinkse coalities die tussen 1962 tot 1976 over Italië regeerden.
Aldo Moro, de charismatische leider van de linkervleugel van DC vormde in december1963 een kabinet waarin voor het eerst sinds de jaren '40 ook leden van de Partito Socialista Italiano (PSI) zitting namen. Tot dan toe weigerde DC stelselmatig iedere politieke samenwerking met de socialisten, die tot voor kort nauw samenwerkten met de communisten. In 1958 kwam het echter tot een breuk tussen de socialisten en communisten toen de eersten het neerslaan van de Hongaarse Opstand door de Sovjet-Unie scherp veroordeelden, terwijl de communistische partij de actie van USSR goedpraatte. Sindsdien was er sprake van toenadering tussen DC en de PSI. Pietro Nenni, de leider van de PSI werd in het nieuwe kabinet opgenomen als minister. Moro's opvolger, Giovanni Leone, vormde in 1968 een kabinet dat uitsluitend uit ministers van de christendemocratische partij bestond.
Mariano Rumor die eind 1968 minister-president werd, vormde wederom een centrumlinks kabinet met de PSI. Met een kort intermezzo bleven de socialisten tot aan 1972 de voornaamste coalitiepartners van de christendemocraten. Van 1972 tot 1974 bleven de socialisten, maar ook andere centrumlinkse partijen, zoals de republikeinse partij, buiten de regeringen die werden gevormd door de conservatieve christendemocraat Giulio Andreotti. In de periode 1974 tot 1976 waren Rumor en Moro wederom premier van centrumlinkse kabinetten. In sommige van zijn kabinetten hadden weliswaar geen socialisten zitting, maar in de regel gaven zij die kabinetten dan gedoogsteun.
In 1976 schoof DC onder Moro verder op naar links en begon de befaamde "opening naar links". De christendemocraten bleken onder bepaalde voorwaarden bereid om een kabinet vormen dat gedoogd zou worden door de Partito Comunista Italiano (PCI). DC sloot een coalitie met de communisten echter uit.
Na de breuk met de communisten schoven de socialisten meer op naar het politieke midden. Onder Bettino Craxi, die in de jaren '70 de nieuwe leider van de PSI werd, ontwikkelden de socialisten zich tot een pragmatische en tegelijkertijd populistische partij met een duidelijk anticommunistisch karakter.